Snowboard ABC

 

separator


Air: Voor elke vorm/kunst van springen – ongeacht voor elk obstakel of geen obstakel.
Air to Fakie: Sprong, B.V. over een kicker, achteruit rijdend landen.
Airtime: De tijd tijdens de sprong door de lucht.
Alpin: Alpines Snowboarden is het afgaan van een piste met hardboots end bindingsplaten. De daar voor geschikte snowboard ziet er anders uit dan verbreedde freestlye-board. Die is meestal langer en harder en zorgt voor de optimale voorwaarden die nodig zijn om de bocht te maken op de zijkanten van de board.
Andrecht: Wanneer een snowboarder een Handplant maakt, raakt hij met zijn ene hand de sneeuw aan en met zijn andere hand houd hij zijn snowboard vast.
Antislip Pad   : Een klein rubberen pad dat zich bevinden tussen twee bindingen. Het is een klein hulpmiddel.
Asymetrisch: Asymetrische boarden worden uitsluiten gebruikt voor Alpin snowboarden. Daarbij zijn de Fronside en Backside verzet van elkaar.

separator


Backcountry: Buiten de piste in het achterland van het ski gebied snowboardend. Geliefd hierbij een ervaren snowboard buddy/gids hebben. Niet te vergeten, lawine pieper, schep, peilstokken & gps.
Backflip: Een achteruit waards salto op een snowboard. Deze truc wordt beschouwd als een standaard truc voor goede freestyle snowboarders.
Backside: Lichaam (gezichtsveld) gedraaid naar het dal toe.
Base: De onderkant van de snowboard die contact maakt met de sneeuw.
Bench: Het Engelse merk Bench heeft nu een snowboard collectie.
Big air: De Big air of ook de Straight Jump is een soort evenement in Freestyle Snowboarden. De boarder rijdt bij de Big Air van een enorme Kicker af en toont zijn beste Tricks om zo de meeste punten te scoren.
Bindingen: Bindingen verbinden je Snowboard Boots (en dus je lichaam) aan je Snowboard. Bindingen maken je in ware vast aan je board. Zo kun je op de meest efficiënte manier de bewegingen van je lichaam overbrengen op het Snowboard.
Boardbag: Een rugzak voor je snowboard zodat die gemakkelijk mee kan op reis. Daarbij biedt het ook bescherming voor je board.
Boarder cross: De derde discipline in snowboard-wedstrijden.
Base: Bij een sprong wordt het voorste been uitgerekt. Bij wedstrijden wordt dit als bijzonder stijlvol gezien en krijgen de deelnemers meestal extra punten voor als het goed en mooi wordt uitgevoerd.
Bonk: Een truc waarbij je een object lichtjes aanraakt met je board, om vervolgens zo elegant mogelijk terecht komt.
Boots: Snowboard schoenen, die samen met bindingen aan de snowboard vast worden gemaakt.
Burton: De meest bekende snowboard merk. Jake Burton Carpenter was in de jaren zeventig, een van de pioniers van snowboarden. Burton richtte het bedrijf in 1977 op, vandaag de dag biedt Burton een breed spectrum van snowboard mode.
Buttern: Een bocht maken op de neus van je snowboard, maar wel je hele lichaam in evenwicht houden. Dus je snow board is half van de grond, en raakt met de neus de grond aan.

separator


Cab: Een truc in de Halfpipe dat begint met een fakie, een 360 draai dat bij landing nog steeds naar voren rijdt. Deze truc is genoemd naar het skateboarding goeroe, Steve Caballero.
Camber: Dit is de kromming van het board. Deze kromming is zichtbaar als je het board op een platte ondergrond legt. Camber is gerelateerd aan flex. Hoe groter de voorspanning, hoe meer druk er op de neus en staart van het board rust en hoe kleiner de kans op klapperen van het board. Als de kromming erg gering is kan het board gemakkelijk spinnen, wat erg van pas komt bij bepaalde Freestyle Trucs.
Carving: Hele scherpen bochten maken met je snowboard. De hele zijkant van je board komt tegen de grond aan. Je gaat in een schommelende beweging rijden.
Contest: Een wedstrijd op het gebied van Freestyle snowboarden, waar verschillende boarders het tegen elkaar opnemen in een K.O.-systeem.
Coping: Bovenste kanten van de Quarter- und Halfpipe.
Crash pants: Een broekje wat je aantrekt, waarin beschermingselementen zitten om het kruis, de billen en het stuitje te beschermen. Dit is meestal goed voor beginners, die vaak op hun bips vallen.

separator


Directional: Een bord vorm waarbij de Nose langer is dan de Tail- Deze worden vaak gebruikt in Freeride gebieden.
Double Gab: Een sprong in de lucht, waarbij twee verschillende gans worden weergegeven.
Downhill: Berg af-waards.
Drop-in: De ingang van de Halfpipe.
Duckstance: Dit is een bindingsinstelling. Hierbij zijn je tenen naar buiten gekeerd. Net als bij een eend.

separator


Edge: De randen van de snowboard.

separator


Fakie   : Tijdens het skiën de achterkant van je ski’s (tail) als voorkant gebruiken, met andere woorden achterstevoren skiën.
Firn: Firnsneeuw is per definitie minstens een jaar oud. De mooie, zachte, witte sneeuw is door het hele tijd bevriezen en smelten van sneeuw is ijsblokken veranderd.
Flat: Dat is de bodem tussen de beide wanden van een Halfpipe net als de deel tussen de kick-off en landing bij een Kicker.
Flex: De flexibiliteit en stevigheid van een snowboard. Op smaak afgestemd rijd iemand een harde of een wat zachtere board.
Flip: Een vorm van een salto. Veel plezier bij het oefenen, maar draag wel een helm!
Freestyle: Freestyle snowboarden is tegenwoordig een Olympische sport. Daarbij gaat het om de kunst van het springen en kunstjes maken in de lucht en vanaf de piste.
Freeride: Freeride, is eigenlijk normaal snowboarden, met het enige doel om plezier te hebben. Snowboarders die het liefst op en buiten de pistes om snowboarden, kijken meer naar een freeride-board.
Frontside: De langste kant van de snowboard aan de teenzijde van de binding.
Front&Backside Air: Een sprong in de lucht, gedraaid naar de des betreffende richting.
Funpark: Een deel van een skigebied dat speciaal voor freestyle snowboarden is ontworpen. Op het gebied bevinden zich verschillende obstakels die goed zijn voor het maken van bijvoorbeeld: Kicker, Rails, Halfpipes, Boxen etc.

separator


Goofy: Dat is de bindinginstelling voor snowboarders, die met hun rechtervoet voor rijden.
Grab: Tijdens een sprong, pak je met één hand een kant van de snowboard vast. Je hebt veel verschillende soorten Grabs: Melon, Mute, Indy en de Method.
Grind: Grinden is glijden over rails. Daarbij zit de board lineair tegen de rails aan. Op de rails kan er gereden worden of gesprongen worden. Met beschermkleding is je lichaam geheel beschermd tegen het vallen.

separator


Halfpipe: Een van de belangrijksten elementen als het gaat om het freestyle snowboard gebied. Een Halfpipe is, zoals de naam al doet vermoeden, een kom in de vorm van een halve buis die met de vallijn van de Piste is meegebouwd. Snowboarders gaan van de ene naar de andere kant en worden op het hoogste punt gelanceerd waarna ze allerlei Snowboardtrucs en Sprongen uitvoeren. Halfpipe is afgeleid van het skateboarden. Halfpipe is ondertussen s een Olympische sport geworden. Halfpipes kunnen van gebied tot gebied verschillen. Het zelfde geldt voor de lengte van een Halfpipe. De afstand tussen de wanden moet ongeveer 15 meter bedragen.
Handplant: Is een soort handstand op de Coping, ook hier heb je veel verschillende variaties ervan.
Hardboots: Hard Boots zijn ontworpen om de bewegingen van de snowboarder goed over te brengen op het snowboard. Een hard boot ondersteunt de voet, enkel en het onderste gedeelte van de kuit. Ze zijn dus het beste geschikt om mee te racen en bochten op hoge snelheid te maken. Hard Boots hebben een gevoerde binnen schoen die lijkt op die van Soft boots. De buitenschoen is gemaakt van hard plastic en wordt afgesteld met gespen. Het voordeel van hard plastic is dat de boarder meer controle heeft over het board, wat vooral in de bochten goed van pas komt.
Harsch: Oude sneeuw, wat is bevroren en ijs is geworden. Een harde ijslaag.
Heat: Met heat wordt bedoeld individuele loopt / rondes op een snowboard wedstrijd.
Helm: Meer en meer Skiërs en Snowboarders gebruiken tegenwoordig een helm. Helmen verminderen het risico op hoofdletsel bij een val aanzienlijk.
High Jump: Sprong discipline, zeker als het gaat om hele hoge sprongen.
Highback: Aan de achterkant van de baseplate zit de highback die je enkels en het onderste deel van je kuiten ondersteund. De Highback helpt je om de Backside van je Snowboard in de Sneeuw te duwen en de Frontside omhoog te brengen.
Hiking: Berg beklimmen zonder enige gemotoriseerde hulpmiddelen.

separator


Inserts: In de board kleine schroefjes, die dienen voor de bindingsschroeven.
Inverts: Alle sprongen waarbij de board over je hoofd komt.
ISF: International Snowboard Federation, een internationale verenging voor professionele snowboarders.

separator


Jibben: Komt oorspronkelijk van skateboarden en betekend eigenlijk een beetje plezier hebben met jouw vrienden en kleine tricks maken zonder al te veel snelheid en moeilijkheid.
Judge: Dat is een rechter, bij wedstrijden zitten deze mensen in de jury.
Jump: Sprong!

separator


Kicker: Naam voor een schans. Kickers hebben meestal de eigenschap van het in de lucht gooi in plaats van jouw afstand te geven.
Kink-Rail: Een Rail, dat één of meer bochten heeft in de lengte ervan.

separator


Lachs: Scandinavische synoniem voor het snowboarden, letterlijke vertaling is Zalm.
Landing: De landing van een kicker. Goede landingen zijn erg steil, zo kan de snowboarder zacht terecht komen.
Lip: De rand van een kicker of van een obstakel waar men van afspringt.
Local: Plaatselijke snowboarders( woont meestal in de omgeving). Deze kent meestal alle bergen heel goed en weet ook waar het de moeite waard is om te snowboarden.

separator


McTwist: Afkomstig van een skateboard truc - uitgevonden door Mike McGill. Het is een front flip met een backside 540 ° rotatie.

separator


Nieuw gevallen sneeuw ( vers): De eerst gevallen sneeuw is nooit ouder dan drie dagen en wordt gekenmerkt door het feit dat de structuur van de sneeuwkristallen nog niet vernietigd is door smelten of erover heen lopen. Was belangrijk in met verse sneeuw op de helling en neemt zijn eerste sporen als de eerste!
New School: Verwijst naar de rijstijl die momenteel wordt gegeven bij evenementen. Gigantische flips, lange sprongen en rotaties mensen in de jury willen dit graag zien.
Nollie: Zelfde als een ollie, maar hier spring je vanaf de Nose.
Nose: De voorste punt van een snowboard.
Noseroll: Een deel van „Jibben“, hier draai je op de Nose zonder de grond te verlaten.

separator


Oude sneeuw: Sneeuw, die ouder is dan 3 dagen. De ijskristallen hebben niet meer hun foto vorm. Dit is door druk en temperatuur veranderd.
Obstacle: Een Obstacle is een soort van hindernis. Een Obstacle moet je zo elegant mogelijk proberen te kruisen met een soort van twist. Obstacles kun je bijvoorbeeld in een Funpark vinden. Het zijn Rails, kickers, boxen, etc.
Old Skool: De rijstijl van het vroegere snowboarden. Vele snowboarders waarderen het wanneer de Jury meer aandacht geeft aan de oudere snowboard technieken en tricks.
Ollie: Een simpele sprong die je maakt met je snowboard.
One-Eighty: Een 180 Grind houdt in dat je of bij het begin of het einde van de rail een 180 graden draai maakt. Het is belangrijk dat je de "Ollie" goed onder de knie hebt. Je kunt ook een fakie maken. Bij deze Snowboard Sprong maak je een draai van 180 graden in de lucht en rijd je switch verder
One-Footer: Een sprong waarbij er één voet in de binding steekt

separator


Pipe: Afkorting voor Halfpipe.
Powder: Mooiste iets voor een gepassioneerde Freeride. Vers en niet belopen diepe sneeuw.
Pro: Professionele snowboarder. Een snowboarder die van snowboarden kan leven(geld). Tegenwoordig zijn er een aantal goede snowboarder, maar vroeger was dat ander. Je moest echt goed zijn om een pro genoemd te worden.

separator


Quaterpipe: Een halve Halfpipe. Waarvan je met een hoge snelheid ervan afgaat. Een Quaterpipe, is een van de meest gevaarlijke Obstacles bij snowboarden. Hier gebeuren vaak de meest gevaarlijkste Slams.
 

separator


Raceboard: Een zeer smalle board, waarbij het alleen maar om de snelheid gaat. Net als bij ski’s is het verlaagd bij de Tail en zeer aerodynamisch.
Rail: Het begrip komt van de Engelse “Railing”. De stakeboarders waren de eerste die de rail ontdekte en er gebruik van maakte. Voor stakeboarders komen de rails over al voor, zoals schoolpleinen. Voor snowboarders is het wat minder. Er zijn rails in verschillende vormen, recht, regenboogvorm (Rainbow), S-Shaped, zoals trappen, en waarschijnlijk nog veel meer.
Rainbow: Als een regenboogvorm rail, een omgekeerde „U“. Ervaren snowboarders sliden van voor naar achter over de Rail.
Regular: Is de bindingsinstelling voor een snowboarder, die met hun linker voet naar voren rijden. Tegenovergestelde van Goofy.
Rider: Een snowboarder wordt daar mee bedoeld.
Rotation: Een draai in de lucht. 1260 ° draai is niet langer een zeldzaamheid.
Run: Een Run is een beurt van de rijders bij een wedstrijd.

separator


Shapen: Shapen betekent een Obstacles herinrichten en weer bruikbaar maken. In veel Funparks wordt dit voor de snowboarder gedaan, zodat zij er niet aan hoeven te zitten.
Shifty: Een truc waarbij in de licht het lichaam draait maar niet de board.
Shredden: Is eigenlijk gewoon normaal snowboarden met je vrienden, die alleen plezier willen hebben in de sneeuw.
Skihallen: Dat zijn afgesloten hallen waarvan de vloer bedekt is met kunstsneeuw. Daar kunt u het gehele jaar door en snowboarden / of skiën. Skihallen zijn heel nuttig voor beginners daar kunnen ze het besten even oefenen voordat ze het gaan proberen op echte bergen.
Slam: Het vallen bij een obstacle.
Slide: Is het glijden over een Rail of een Box. Je board die glijdt er van overheen.
Soft Boots: Soft Boots zijn de meest comfortabele soort boots worden gebruikt in combinatie met Highback Bindingen of Flow-In Bindingen. Soft boots geeft jou veel bewegingsruimte in bijna elke richting. De binnen schoen is gevoerd en ontworpen om je voeten warm en droog te houden en bescherming te bieden. Vaak heeft de binnen schoen zijn eigen veters zodat je deze los van de buitenschoen kunt vastmaken. Soft boots zijn op dit moment de Meest Gekochte Snowboard Boots en Freestylers en Freeriders geven er de voorkeur aan.
Spin: Spin is net als de Rotation in de lucht, een draai dus.
Spot: Een plaats waar je goed kunt snowboarden. Bijvoorbeeld de Funpark.
Stance: De afstand tussen beiden Bindingen.
Stick: Wanneer je een Trick goed afrond en op beide benen op de grond terecht komt.
Stomp: Wanner je foutloos op de grond terecht komt, beter dan een Stick landen.
Stylisch: Wanneer iets bijzonders goed staat, het is in de mode.
Sweet Spot: Het beste punt om over een kicker heen te gaan.

separator


Table: Het horizontale gedeelte tussen de start- en landing van een Kickers waarop je helemaal niet wilt landen. Je hebt anders een groot risico op letstelschade. Zie ook Kicker.
Tail: De staart is het andere uiteinde van het Snowboard. Over het algemeen is de staart wat platter en hoekiger dan de neus.
Taillering: Dit is het smalste punt van het board. De Taillering zit vaak in het midden van de Sidecut, tussen de Bindingen in.
Three-sixty: Een three-sixty is een sprong met een in de lucht een draai van 360 graden. Als alles goed gaat eindig je net als in je beginpositie.
Torsion: De torsion is de sterkte van de board met betrekking tot de breedte van de board. Hoe ver die kan buigen vanaf de Frontside/Backside. Een harde torsion kan van meerder lagen laminaat gemaakt zijn.
Een harde torsion geeft de board een verhoogde kantelgrip bij hoge snelheden en oneffen en ijzige oppervlaktes. Een harde torsion heeft geeft geen ruimte om fouten te maken en kost veel meer energie dan een zachtere torsion, dat wilt zeggen een kleine fout is al meteen zichtbaar. Daarom zijn harde torsion minder geschrikt voor beginnende snowboarders.
Transition: De radiale gebogen deel van een Halfpipe muur tussen de vlakke bodem en de verticale. Een snowboarder pompt tijden het rijden over de overgang snelheid te krijgen, lucht op te vangen en om te landen.
Turn: Heel eenvoudig, een rondje.
Tweaken: Tijdens een sprong draait het lichaam om zo bij de Judges een hogere scoren te krijgen.
Twintip: Een type snowboard voor Freestylers. Het heeft een identieke tip en tail zodat de board in beiden kanten gelijk gereden kan worden.

separator


Vertical (Vert): De verticale top van de wand van een Halfpipe. Wat ervoor zorgt dat de snowboarder recht in de lucht kant vliegen en niet uit de pipe of in de pipe.

separator


Waterkolom: Dat is een kolom waar je de waterdichtheid van de wintersportkleding kunt meten. Via druk op het materiaal te zetten laat het zien hoe water werend het is, hoe hoger de drukwaarde hoe waterdicht de kleren zijn.
Wheelie: Zachtjes rijden op de Tail van de snowboard, met de Nose in de lucht.

separator
 
Onze merken
separator